Spaans

Leer Spaans bij Gran Canaria Reisgids!
We hebben een gratis online cursus Spaans voor je gemaakt zodat je je op vakantie een klein beetje kan behelpen.
Het is altijd leuk als je je een beetje verstaanbaar kan maken in het buitenland. En het wordt ook altijd erg gewaardeerd als je een beetje je best doet om andermans taal te spreken.
Veel plezier en succes met deze korte eenvoudige taalcursus!

Basis woorden

Tellen

  • un - een
  • dos - twee
  • tres - drie
  • cuatro - vier
  • cinco - vijf
  • seis - zes
  • siete - zeven
  • ocho - acht
  • nueve - negen
  • diez - tien
  • once - elf
  • doce - twaalf
  • trece - dertien
  • catorce - veertien
  • quince - vijftien
  • dieciséis - zestien
  • diecisiete - zeventien
  • dieciocho - achtien
  • diecinueve - negentien
  • veinte - twintig
  • treinta - dertig
  • cuarenta - veertig
  • cinquenta - vijftig
  • sesenta - zestig
  • setenta - zeventig
  • ochenta - tachtig
  • noventa - negentig
  • ciento - honderd
  • doscientos - tweehonded
  • mil - duizend

Dagen en maanden en tijd

  • lunes - maandag
  • martes - dinsdag
  • miercoles - woensdag
  • jueves - donderdag
  • viernes - vrijdag
  • sabado - zaterdag
  • domingo - zondag
  • enero - januari
  • febrero - februari
  • marzo - maart
  • abril - april
  • mayo - mei
  • junio - juni
  • julio - juli
  • agosto - augustus
  • septiembre - september
  • octubre - oktober
  • noviembre - november
  • diciembrie - decemder
  • una semana - een week
  • un día - een dag
  • dos días - twee dagen
  • un mes - een maand
  • tres meses - drie maanden
  • un año - een jaar
  • dos años - twee jaar
  • una hora - een uur
  • un minuto - een minuut
  • una estacion - een seizoen
  • un momento - een moment






Persoonlijke voornaamwoorden

  • yo - ik
  • tu - jij
  • el - hij
  • ella - zij
  • usted - U
  • nosotros - wij
  • vosotros - jullie
  • ellos - zij (mannelijk, meervoud)
  • ellas - zij (vrouwelijk, meervoud)
  • ustedes - U (meervoud)
Persoonlijke voornaamwoorden mag je weglaten bij een werkwoord. De vervoeging van het werkwoord en de context zijn meestal genoeg om duidelijk te maken over welke persoonhet gaat.
  • me - (aan) mij
  • te - (aan) jou
  • mi - mijn
  • ti - jouw
  • conmigo - met mij
  • contigo - met jou
  • le - het
  • lo - het
  • les - (aan) hen



Home
Forum over uitgaan, strand, natuur, hotels, enz